F. Allan (1855)

Stroe

(Oudtijds Strude of Stroot)

Dit dorpje, dat, aangezien het tegenwoordig slechts 13 huizen en circa 70 bewoners telt, eerder den naam van gehucht verdiende te dragen, was vroeger een zeer groot en welvarend dorp. Het ligt aan het oostelijk strand des Eilands, op een half uur afstands, noordoostwaarts, van de hoofdplaats Hypolitushoef, en bevat, vereenigd met de buurtschappen Smerp, Noord- of Noorder-Stroe, Buurtwaay of Buurtwei en Noord-of Noorder-Buren (of Burum) 39 huizen en ongeveer 220 inwoners, die voor het grootste gedeelte hun dagelijksch brood winnen met het visschen op zeewier.

Oosterland en Stroe op Wieringen

Het Hervormde gedeelte derzelve, behoort tot de Gemeente Oosterland-Stroe en den Oever, wier kerkje vóór de Reformatie gewijd was aan den H. Willebrordus, en weleer begeven werd door de Hollandsche Graven, terwijl de bevestiging aan den Aartsdiaken der Utrechtsche Domkerk behoorde, aan wien ook de begeving stond van eene, in deze kerk, aan het altaar der Heilige Maagd, gestichte Vikarij. De pastorale inkomsten dezer kerk waren zeer gering, terwijl de Vikarij, die belast was met vier missen per week, aan den Vikaris, zoo hij er zijn verblijf hield, vijftien gulden in het jaar konde opbrengen. Deze kerk, die op eenen tamelijk hoogen heuvel staat, en van waar men een overheerlijk land- en zeegezigt genieten kan, is een klein gebouw, met eenen toren, doch zonder orgel.

Bentheimersteen

Boven den ingang der deur is een varken, in opwerk of zoogenaamd basreliëf van Bentheimersteen, uitgehouwen. De tand des tijds heeft dit teeken, omtrent welks beteekenis men in het onzekere verkeert, bijna geheel onzigtbaar gemaakt. Of deze kerk vroeger eene Heidensche kapel zij geweest, en of men toen dit varken boven de deur heeft geplaatst, om er de Joden uit te houden, even als Adrianus een zwijn boven de poorten der stad Elia Capitalina liet plaatsen, om het inkomen der Joden in Jeruzalem bij hen gehaat te maken, is zeker moeijelijk te bepalen.

Volksoverlevering

Wij voor ons, hechten aan deze volksoverlevering geen geloof. Echter wordt deze kerk, welke van duifsteen is opgetrokken, tot op den huidigen dag, op Wieringen, de Heidensche Kapel genoemd. Men vindt in dezelve vele merkwaardige graf erken, waaronder een met eenen vreemden doch onbekenden geslachtsboom, en een,waarop alle versierselen van eenen bisschop, zelfs mijter en staf,zijn gebeeldhouwd, doch mede zonder naam. Een en ander, alsook de hooge ligging der kerk zelve, dagteekent eene aloude stichting.

F. Allan